Ook na anderhalf jaar blijf ik mij verbazen en verwonderen bij Koppert Cress. Dit jaar werd symbolisch de eerste paal in de grond geslagen voor een nieuwe kas waarmee op termijn de capaciteit voor de teelt van cressen flink groter wordt in Monster. Maar en passant kregen de medewerkers ook de mogelijkheid de nieuwe locatie van R&D en Sango Seeds te zien. Bij deze nog jonge loot aan de stam van Koppert Cress werken nog maar drie mensen, maar de impact van de zaadtak is veel groter dan ik mij had kunnen voorstellen.

1000 voetbalvelden met zaden

Sango Seeds levert alle zaden aan Koppert Cress en de licentiepartners in Australië, Verenigde Staten, Japan, Turkije en mogelijk straks nog meer partners. Maar inmiddels zijn wereldwijd al tientallen klanten voor de zaden, die worden gekweekt op bijna 500 ha, zo’n kleine 1000 (!!) voetbalterreinen. En die velden liggen verspreid over Nederland, Frankrijk, Italië, Frankrijk, Japan, Australië, Vietnam, China, Peru en Colombia. Deze locaties zijn geen toeval. Door de spreiding van werelddelen –en dus jaargetijden- kunnen cressen in optimale omstandigheden worden geteeld. En elk land heeft zijn specifieke kenmerken. Zo leer ik van directeur Robin Schaap die mij rondleidt.

Jaarlijks wordt 300.000 kilo zaad geoogst. Duizenden gezinnen zijn met dit proces betrokken. Ook die spin off is dus indrukwekkend.

Wekelijks meer dan 70.000 restaurants bevoorraad

De zaden voor cressen die wekelijks in 70.000 restaurants over de wereld worden geserveerd, moeten aan de strengste kwaliteits- en veiligheidseisen voldoen. De lokale producenten produceren de zaden, oogsten ze, laten ze drogen en maken de zaden schoon.

Ook worden er kiemtesten uitgevoerd en de zaden gecontroleerd op schimmels, chemicaliën en eventuele andere ziekten. Daarna liggen de zaden in een constante temperatuur in gekoelde opslagloodsen opgeslagen tot ze worden uitgeleverd. In Monster worden ze daarna nogmaals gewassen en gedroogd.

Na vandaag ken ik de wereld van cressen nog beter.