doc20161004105659

Pas als een kind 10 tot 15 keer iets krijgt voorgehouden, gaat hij of zij wennen aan de smaak. De smaak voor goed en gezond eten is dus te leren. Het is voor Rob Baan daarom een vanzelfsprekendheid om wekelijks klassen scholieren uit te nodigen voor een smaakles. Vele duizenden leerlingen uit het Westland hebben de kassen van Koppert Cress al bezocht om het verschil te proeven tussen cressen, die bitter, zuur, zoet of zout zijn.

Als culinair adviseur laat Jens Baan laat de kinderen natuurproducten eten met de smaak van anijs, drop, zure appel, doperwten, maar ook camembert en beukennootjes. Het bakje tuinkers dat ze vaak als herinnering meekrijgen, wordt vervolgens gekoesterd door de kinderen. Als dank krijgt Helene Bernard die de smaaklessen ooit introduceerde wekelijks een stapel tekeningen opgestuurd hoe de deelnemers de proeverij hebben ervaren.

Bezoek uit Wit-Rusland

Deze maand was ook een schoolklas uit Wit-Rusland op bezoek in het kader van een uitwisselingsprogramma waarin ze in zes weken zich laten aansterken door hun bloed op een natuurlijke manier te verversen in een gezonde omgeving. Zij proefden voor het eerst doperwten en vonden dat een sensatie.

Deze speelse manier om jongeren op te voeden met gezond eten is voor staatssecretaris Martijn van Dam (EZ) aanleiding het programma verder uit te dragen via de basisscholen. Samen met het platform voedseleducatie stelt de Universiteit van Wageningen een nieuw lespakket samen. Maar de kiem voor dit initiatief is gelegd in de kassen van Koppert Cress in Monster!